Objecttype/ToplaagSteenzetting

link naar de RDF versie van deze pagina
link naar de RDF versie van deze pagina
Informatiemodel WL SIM 2.4
Indicatie abstract object Nee


Overzicht attributen

Attribuutnaam Definitie Type Kardinaliteit Alias
breedteStenen Breedte van de stenen (gemiddeld), gemeten langs het talud omhoog (haaks op de dijkas). Waarde NULL bij basalt en Basalton. DECIMAL 1..1 Breedte stenen (m)
naam De (officiële) naam van een object zoals bekend bij de waterbeheerder. CHARACTERSTRING 0..1 Naam
namespace Naamruimte die een unieke identificatie van de gegevensbron van het ruimtelijk object geeft. CHARACTERSTRING 1..1 Namespace
objectID Esri ObjectID.

Technische sleutelveld GIS.

Wordt automatisch gegenereerd.
CHARACTERSTRING 1..1 ObjectID
onderlaag Onderlaag, slechts 3 keuzen mogelijk te weten geotextiel, filter, klei; see Info-sheet Steentoets. Onderlaag 1..1 Onderlaag
oneffenhedenHavendam De mate waarin stenen verzakt zijn en of stenen boven de omliggende stenen uitsteken. Dit is slechts relevant voor steenzettingen op de kruin en het binnentalud van een havendam.Het gaat om de hoogte van de grootste opstaande rand in de zetting, waartegen de golfoverslag kan aanstromen, gevormd door twee stenen in opeenvolgende rijen. DECIMAL 1..1 Oneffenheden havendam (m)
opmerking Een nadere toelichting. CHARACTERSTRING 0..1 Opmerking
opTalud Bekleding aanwezig op talud. JaNee 1..1 Op talud
relatiefOpenOppervlak Het relatieve open oppervlak is de verhouding tussen het oppervlak aan spleten (en gaten) en het totale zettingoppervlak (spleet- en gatoppervlak tezamen per vierkante meter). Of de spleten al dan niet zijn ingewassen met bijvoorbeeld steenslag is niet relevant. Het relatieve open oppervlak moet ingevuld worden als percentage. Als de spleetbreedte al is invuld, dan waarde NULL aanhouden. DECIMAL 1..1 Relatief open oppervlak (%)
segmentBreedte Breedte van dit taludsegment. Dit hoeft slechts ingevoerd te worden als dit segment horizontaal is. Anders wordt het berekend op basis van helling en niveau van onder- en bovengrens. DECIMAL 1..1 Segment breedte (m)
soortelijkeMassaStenen Soortelijke massa van de stenen in de toplaag in kg/m³. DECIMAL 1..1 Soortelijke massa stenen (kg/m³)
code Een uniek identificerende code voor het object.Het betreft een door de waterbeheerder toegewezen unieke code ter identificatie van het object. CHARACTERSTRING 0..1 Code
spleetbreedteLangsvoegen Gemiddelde spleetbreedte van de spleten die evenwijdig aan de waterlijn lopen. In geval van steenzetting met erg varierende spleten (zoals basalt) kan ook volstaan worden met het invoeren van alleen het relatieve open oppervlak. Dan waarde NULL. DECIMAL 1..1 Spleetbreedte langsvoegen (m)
spleetbreedteStootvoegen Gemiddelde spleetbreedte van de spleten die langs het talud omhoog lopen. In geval van steenzetting met erg varierende spleten (zoals basalt) kan ook volstaan worden met het invoeren van alleen het relatieve open oppervlak. Dan waarde NULL. DECIMAL 1..1 Spleetbreedte stootvoegen (m)
statusObject Een aanduiding voor de status waarin een object zich bevindt.Toelichting: Hiermee wordt de (actuele) status/toestand bedoeld van een object, zoals bijv.: planvorming, gerealiseerd, niet meer aanwezig. PlanStatus 0..1 Status object
typedijkopbouw De dijkopbouw betreft de klei in de dijk onder de te toetsen steenzetting (op de lijn haaks op het talud naar beneden):

gk = geen klei, alleen zand kl = kleilaag tussen het zand van de dijkkern en de bekleding kk = kleikern (geen zand)

zs = zandscheg (zand tussen de bekleding en een dieper gelegen kleilaag of kleikern)
Dijkopbouw 1..1 Type dijkopbouw
typeMateriaalBekleding Type materiaal van de bekledingslaag. MateriaalBekledingToplaagSteenzetting 1..1 Type materiaal bekleding
volgnummer INTEGER 1..1 Volgnummer
waardeValdeflectie Waarde van de valgewichtdeflectiemeting in megapascal. Op elk niveau waar dit gemeten wordt, bepaald men de gemiddelde waarde per ca 10 m dijkstrekking. De laagste waarde is vervolgens maatgevend. Vul niets in als er geen VGD meting is uitgevoerd. DECIMAL 1..1 Waarde valdeflectie (mPa/m)
diepteIngegotenToplaag De diepte tot waar de ingieting tussen de stenen is doorgedrongen. Men dient de gemiddelde penetratiediepte in de grotere openingen rondom een steen te meten. Dit doet men vervolgens op meerdere locaties, waarbij de kleinste waarde maatgevend is. Vul niets in als de toplaag niet is ingegoten. DECIMAL 1..1 Diepte ingegoten toplaag (m)
dikteKleilaag Dikte van de kleilaag. Vul 3 m in als er een kleikern is. DECIMAL 1..1 Dikte kleilaag (m)
geometrie Geometrische representatie van het object. GM_Object 1..1 Geometrische kolom
globalID Een unieke identifier waarvan de waarden automatisch worden toegekend. GlobalID is noodzakelijk voor de uniciteit van objecten en relaties. CHARACTERSTRING 1..1 GlobalID
ingewassen Of de spleten (en gaten) in de toplaag zijn ingewassen met granulair materiaal, zoals steenslag. Vul ja in als de spleten gemiddeld voor ten minste de halve spleethoogte zijn ingewassen. JaNee 1..1 Ingewassen
jaarVanAanleg Het jaar waarin het object is aangelegd. INTEGER 1..1 Jaar van aanleg
korrelverdeling Korrelverdeling van de laag in m/percentiel. DECIMAL 1..1 Korrelverdeling (m/percentiel)


Overzicht relaties

Relatienaam met kardinaliteiten Definitie

ToplaagSteenzetting [1..1] toplaagsteenzetting_ws_hyperlink Ws-hyperlink [1..1]

Bekledingsconstructie [1..1] bekledingsconstructie_toplaagsteenzetting ToplaagSteenzetting [1..1]


Toelichting




Afgeleide relaties

VertrekpuntRelatieEindpunt